Ooglid Chirurgie

Wat is het



Weinig gebieden van het menselijk lichaam zijn zo gevoelig voor de effecten van de zwaartekracht en voor vochtophoping als de oogleden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat vrij veel mensen zich zorgen maken over de veranderingen van de oogleden, omdat deze een leeftijd doen vermoeden die niet met de werkelijkheid overeenkomt.

Het probleem

Meestal worden correcties aan het bovenooglid onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. Na de operatie worden ijscompressen aangebracht. De hechtingen worden na vier tot vijf dagen verwijderd. Gedurende de eerste week na de operatie zijn de oogleden nog gezwollen en soms zijn er ook kleine bloeduitstortingen zichtbaar. In deze periode is de patiënt minder toonbaar en het dragen van een donkere bril is dan aan te bevelen. Het geven van oogdruppels na een dergelijke operatie is geen regel.

In grote lijnen geldt voor de onderoogleden hetzelfde. Het verschil is echter dat hierbij vaak een wat uitgebreider operatie moet plaatsvinden; de zwelling onmiddellijk na de operatie is iets meer uitgesproken. Toch wordt meestal een operatie onder lokale verdoving verkozen. Bovendien worden aangepaste ontzwellende oogcompressen voorgeschreven. Een enkele keer kan het nodig zijn om achteraf nog een kleine operatie uit te voeren, als blijkt dat bijvoorbeeld een lager gelegen deel van de oogwal is overgebleven. De operatie zelf is vrijwel pijnloos (alleen het inspuiten van de verdovingsstof geeft een branderig gevoel). Bij het beëindigen van de ingreep wordt, preventief, een pijnstiller gegeven. Meestal is verdere medicatie overbodig.

Littekens

Ook nu weer nemen de oogleden een aparte plaats in. De dunne huid van het ooglid geneest meestal snel en goed. Dat na enkele maanden de littekens niet meer te vinden zijn, is eerder regel dan uitzondering. Er is een mogelijkheid dat (een deel van) de afwijking na verloop van tijd weer enigszins terugkomt. Mocht het nodig zijn, dan kan opnieuw een correctie plaatsvinden. Een enkele keer bestaan er gedurende de eerste weken na een operatie wat moeilijkheden met het sluiten van de ogen. Dit herstelt zich vrijwel altijd spontaan.

Als er bij u afwijkingen aan de ogen, de schildklier, of afwijkingen aan de sluitspier van de ogen, of traanproduktieafwijkingen bestaan, dan kan het zijn dat genoemde operaties niet kunnen plaatsvinden.

Mochten er na het lezen van deze informatie nog vragen zijn, dan ben ik steeds bereid u nadere informatie te geven.